|
1890 - 1968 (78 )
-
Naam |
Jan Pater |
Roepnaam |
Jan |
Geboren |
18 aug 1890 |
Renswoude [1] |
Geslacht |
Mannelijk |
Beroep |
Tolgaarder, landbouwer |
Verblijfplaats |
- Woonde in Renswoude op B 27 dat op 1 dec 1953 werd vernoemd naar Barneveldsestraat 38.
|
Overleden |
23 aug 1968 |
Ede [2] |
Begraven |
28 aug 1968 |
Renswoude |
Aantekeningen |
- Het laatste tolbord van Renswoude
Tolgaarder
De laatste tijd is het heffen van tol op snelwegen weer regelmatig onderwerp van gesprek. Reden om deze heffing in te voeren is het terugdringen van het autoverkeer, vooral in de spits. Decennia lang was het betalen van tol op doorgaande wegen heel gewoon. Niet zozeer voor auto's - die bestonden nog nauwelijks - maar voor paard en wagen, hondenkarren en fietsers. Dit tolbord hing op de gevel van het tolhuis aan de straatweg van Renswoude naar Barneveld.
Zuiderzee
Midden 19de eeuw bestond er geen snelle verbinding tussen de Rijn en de toenmalige Zuiderzee. Vanuit Renswoude moest je over een zandweg naar Barneveld en vandaar verder via Voorthuizen en Putten naar de oever van de zee. In 1857 besloten de gemeenten Barneveld, Putten en Renswoude gezamenlijk een aanvraag in te dienen bij het rijk en de provincie Utrecht voor subsidie om de zandweg te verharden tot 'Barneveldsestraat'.
Tol
Nadat in 1859 rijk en provincie toestemming hadden gegeven om de weg te bestraten, was door de samenwerkende gemeenten een verzoek ingediend om langs de nieuwe weg tol te mogen heffen. Daarvan kon niet alleen het onderhoud van de weg worden betaald, maar ook de investering voor het leggen van de klinkers afgelost. De gemeenten hadden namelijk een aanzienlijk deel van de bestrating zelf moeten betalen.
Koninklijk Besluit
Op 15 september 1860 werd per Koninklijk Besluit (nr. 57) aan de gemeenten 'concessie van tolheffing' verleend. Er werd een tolhuis aan de Barneveldsestraatweg 38 gebouwd, tussen de boerderijen Klein- en Groot Wagensveld, terwijl de straat ter weerszijden werd verhoogd met dennenwallen. De bouw van het tolhuis, door de Renswoudse aannemers C. van Droffelaar en J. van Vlaanderen, heeft inclusief de brug over de Luntersebeek ruim 1000,= gekost.
Enkele opmerkelijke bepalingen in de overeenkomst laten zien hoe gedateerd de vervoermiddelen die de tol passeerden inmiddels zijn: (Foto laatste tolbord)
Vrijstelling
Er waren ook vervoermiddelen vrijgesteld van tol, zoals 'paarden, rij-en voertuigen tot 's Konings dienst behorende' en 'Kinderwagens, mits alleen kinderen vervoerende'. Dat laatste was blijkbaar niet voor niets gespecificeerd...
De tol werd geheven door een tolgaarder, die het Tolhuis aan de bewoonde. Er waren ook hierover bepalingen opgesteld. Zo mocht de tolgaarder het tolhuis met het erf en de schuurberg vrij gebruiken maar er geen koffiehuis of winkel vestigen. Hij moest bij donker weer een behoorlijke lamp laten branden, zodat de tolboom goed verlicht was; de gaarder ontving 6 gulden per jaar voor olie. Deze lamp bestaat overigens nog steeds en ook het tolhuis - met op de gevel het jaartal 1860 - is er nog altijd.
Geen vetpot Toch was de opbrengst van de tolboom aan de Barneveldsestraatweg geen vetpot. Uit oude rekeningen blijkt dat er weinig geld was voor reparaties aan het wegdek. De inkomsten liepen verder terug toen in 1934 de straatweg tussen Barneveld en Scherpenzeel veel verkeer overnam, waardoor steeds minder voertuigen de tol in Renswoude passeerde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog besloot de provincie Utrecht de weinige nog functionerende tollen op te heffen, wegens de lage opbrengsten. De laatste tolgaarder in Renswoude, de heer Pater, kreeg eind 1943 een brief van de gemeente, waarin hem werd medegedeeld dat de tolboom per januari 1944 werd opgeheven. Hij mocht wel in het tolhuis blijven wonen. De tolboom en het rijwielhekje zijn kort daarop afgebroken. Het tolbord hangt thans in de hal van het gemeentehuis.
Laansema, S., 'De tol bij Wagensveld', in: Het Liefelijk Renswoude, Renswoude 1979, pp. 35-40.
Monumenten Inventarisatie Provincie Utrecht, deel Renswoude, pp. 79-80 en 86. Renswoude, Geschiedenis en Architectuur.
|
Persoon-ID |
I748 |
Pater Amerongen |
Laatst gewijzigd op |
9 jun 2017 |
Vader |
Dirk Pater, geb. 03 jul 1863, Ede , ovl. 18 mrt 1930, Lunteren (Leeftijd 66 ) |
Moeder |
Dirkje Hendrika van Ginkel, geb. 25 mei 1867, Renswoude , ovl. 21 jun 1912, Ede (Leeftijd 45 ) |
Getrouwd |
27 mrt 1890 |
Renswoude [3] |
Aantekeningen |
- Niet alle kinderen trouwden, zodat die thuis bleven wonen
|
Gezins-ID |
F627 |
Gezinsblad | |
Gezin |
Jannigje van Deelen, geb. 31 jan 1900, Renswoude , ovl. 07 dec 1973, Renswoude (Leeftijd 73 ) |
Getrouwd |
02 jan 1930 |
Renswoude [4] |
Type: Civil |
Ondertrouw |
Renswoude [5] |
Kinderen |
| 1. Dirkje Hendrika Pater, geb. 20 mrt 1931, Renswoude , ovl. 03 nov 2000, Ede (Leeftijd 69 ) |
| 2. Dirkje Pater, geb. 09 mei 1933, Renswoude , ovl. 18 aug 2019, Ede (Leeftijd 86 ) |
| 3. Jannigje Pater, geb. 02 jan 1935, Renswoude , ovl. 17 okt 2022, Lunteren (Leeftijd 87 ) |
| 4. Albertha Pater, geb. 03 mei 1936, Renswoude , ovl. 22 okt 2018, Amersfoort (Leeftijd 82 ) |
| 5. Dirk Pater |
| 6. Jan Pater, geb. 28 sep 1943, Renswoude , ovl. 09 sep 2019, Scherpenzeel (Leeftijd 75 ) |
|
Laatst gewijzigd op |
29 jan 2016 |
Gezins-ID |
F628 |
Gezinsblad | |
-
Bronnen |
- ep CBG 0859527-18300, PK.
- PK.
- GenLias UA toeg. 481 inv. 919.
- adv. 25 jr huw., zijn PK.
- De Holevoet van 20 dec. 1929 staat vermeld J. Pater en G. van Deelen.
|
| |