Aantekeningen


Stamboom:  

Treffers 1 tm 26 van 12,431

      1 2 3 4 5 ... 479» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
1


In de Surinaamse Courant van 1827, 1e helft nr. 2 staat een lijstje met de nieuwe bedragen voor begraven:
ZEGELRECHT:
Wordt berekend van het bedrag der kwitantien boven de 5,= zijnde beneden de som vrij van zegelrecht ............1 pct.

Het kantoor der kerkgeregtigheid en 's lands Gasthuis.
Begraafplaatsen:
Op het kerkhof genaamd de Nieuwe Oranje Tuin 60,=
Op het kerkhof genaamd Nieuwe Kerkhof 25,=
Op het kerkhof genaamd Hernhuttersche Kerkhof 6,=
Op het kerkhof genaamd de Savanne 5,=
Op plantages (eigenaars of administrateurs) 30,=
Idem (direkteurs of blankofficiers) 10,=
Voor huur van het doodlaken van Paramaribo naar plantagie 25,=
Metselen en leggen van zerksteenen:
Op het kerkhof genaamd De Oranje Tuin 20,=
Op het kerkhof genaamd Nieuwe Kerkhof 20,=
Op het kerkhof genaamd De Savanne 20,= 
Oehlers, Charlotte Eilisabeth (I52)
 
2


In de Surinaamse Courant van 1827, 1e helft nr. 2 staat een lijstje met de nieuwe bedragen voor begraven:
ZEGELRECHT:
Wordt berekend van het bedrag der kwitantien boven de 5,= zijnde beneden de som vrij van zegelrecht ............1 pct.

Het kantoor der kerkgeregtigheid en 's lands Gasthuis.
Begraafplaatsen:
Op het kerkhof genaamd de Nieuwe Oranje Tuin 60,=
Op het kerkhof genaamd Nieuwe Kerkhof 25,=
Op het kerkhof genaamd Hernhuttersche Kerkhof 6,=
Op het kerkhof genaamd de Savanne 5,=
Op plantages (eigenaars of administrateurs) 30,=
Idem (direkteurs of blankofficiers) 10,=
Voor huur van het doodlaken van Paramaribo naar plantagie 25,=
Metselen en leggen van zerksteenen:
Op het kerkhof genaamd De Oranje Tuin 20,=
Op het kerkhof genaamd Nieuwe Kerkhof 20,=
Op het kerkhof genaamd De Savanne 20,=

 
Oehlers, Charlotte Eilisabeth (I67)
 
3

 
Theisens, Henderikus (I1956)
 
4

 
Pater, Syke (I180)
 
5

Op 12-10-1718 koopt Gilles Pater huis op de Prindengracht tussen Spieghelstraat en Weteringstraat.
Op 25-03-1723 koopt Gilles Pater een 1/2 huis op de Oude Zijds Achterburgwal tussen Bloedstraat en Monnikensteeg.
Op 07-12-1724 koopt Gilles Pater een huis op de Amstel tussen Bakkerstraat en Balk in 't Oogsteeg.
Op 07-05-1755 koopt Gilles Pater het 2e halve huis op de O.Z.A.B.Wal op 22-04-1777 wordt het hele pand verkocht door de Erven Gilles Pater. 
Pater, Gilles (I2)
 
6
 
Spelt, Adriaan (I2897)
 
7
 
Gezin F469
 
8
 
Koenis, Petrus (Pieter) (I3125)
 
9
DAMES PATER IN DE MODE

Het was 1817 toen de oudste dochter van Johan George Pater en Sjoukje Rodenburg te Leeuwarden ter wereld kwam. Haar naam was Grietje, maar ze werd Dite genoemd. Na Dite volgden er nog veertien kinderen. In totaal zijn er acht zonen en zeven dochters geboren. Deze schare kinderen zou in theorie voor een behoorlijk nageslacht kunnen zorgen, maar dit gebeurde niet. Van de in totaal vijftien kinderen huwden er slechts twee, vier zijn als baby overleden en de overige negen bleven vrijgezel.

Het zal een drukte van belang zijn geweest in huize Pater. Enkele zonen verlieten Leeuwarden, maar de dochters bleven (op Sjoukje na, die nogal eens elders ging werken, zoals Meppel). Ze waren allen modinette van beroep en hadden later samen een vooraanstaande modezaak. In het boek 'Het meisje Mata Hari', geschreven door H.W. Keikes, staat op pagina 50 het volgende beschreven: "Op een dag ging ik met mijn moeder een nieuw hoedje voor mij kopen in een zogenaamde gesloten zaak van de dames Pater aan de Tweebaksmarkt. Mijn hele hart ging uit naar een wit fluwelen modelhoedje. Een wonder in mijn ogen. Ik mocht het oppassen, maar ik kreeg het niet, omdat het me volgens mijn moeder niet stond, maar ik was als kind wel zo slim om de ware reden te ontdekken: het was te duur".
De dames Pater hebben o.a. gewoond: Heerenwaaltje L.nr.10, Tweebaksmarkt WZ C44-C48, Voorstreek nr.251 boven, Noorderweg O 88 boven, Tuinen B14 boven en Grote Kerkstraat nr. 65 boven. In de periode 1859-1865 was Jacob Pater, die banketbakker was, hoofd van het gezin. In deze tijd woonde broer Rudolph ook een korte periode hier in huis (komende van Amsterdam). Nadat Jacob in 1865 naar Krommenie was vertrokken werd eerst Catharina als hoofd van het gezin aangemerkt, daarna Sjoukje en sedert 1 januari 1900 Anna Catharina. Op 12 november 1907 ging de jongste en als enige overgebleven, Anna Catharina naar het doopsgezinde Mercelis Goverts Gasthuis aan de Noordersingel IJ 54, waar ze op 29 december 1923 overleed.

In 1893 onderhield Anna Catharina een lijvige correspondentie met enkele neven van haar, wonende te Harlingen, Hoogeveen, Arnhem en Den Haag. Deze briefwisseling ging over de erfenis van 'Tante Neeltje'. Het bewijs van een familierelatie kon maar niet worden gevonden, alle speculaties ten spijt. Overgrootvader kwam hoogstwaarschijnlijk uit Duitsland, maar had ook gevlucht kunnen zijn uit Broek in Waterland wegens meningsverschillen met z'n vader, schrijft n van hen. Ondanks dat de dames Pater best wel een goed leven hadden, zagen ze de erfenis van Tante Neeltje als een goede voorziening voor de oude dag. 
Pater, Anna Catharina (I31)
 
10
De ouders van Charles Hugo gingen zich in 1885 vestigen in Groningen, in de Heerestraat. Vader was destijds boekhouder. Dit werd geen gelukkige tijd want moeder overleed in 1888 en vader in 1889. De overige gezinsleden werden gescheiden. De oudste drie gingen wonen aan de Frederikstraat, broer Johan vertrok naar Kampen en Charles Hugo, 13 jaar oud, ging met z'n zusje Albertina naar Leeuwarden. In een brief van zijn tante Anna Catharina van 1 maart 1893 staat vermeld: "Charles hier uit het Weeshuis is te Harlingen bij de Directeur der Zeevaartkundige School in de kost, en wil zeeman worden, het is niet met 't zin van de Heeren alsmede niet van Vader en Meester, doch hij liet zich niet raden en nu is 't maar te hopen het hem goed moge bevallen". Hij wilde studeren. Als wees kon hij naar de HBS, maar alleen als hij later dominee of dokter wilde worden Hij wilde geen van beide en ging naar de Zeevaartschool. Zo werd hij stuurman, kapitein en later gezagvoerder op de grote vaart. 
Pater, Charles Hugo (I86)
 
11
Een Certificate of Naturalization met numer 6777641 geeft aan dat Gertrude Pater met een "eerlijke teint", bruin haar, 1m. 52 hoog en 68,03 kg en "zichtbare onderscheidende kenmerken:" litteken op het voorhoofd,; weduwe, vorige nationaliteit: Nederlandse. Ze woonde: 223 Palm Street in Ripon, California. 8 augustus 1947. Met foto.
 
Gelderman, Geertje (I10520)
 
12
In 1919 komt Jan Georg voor op de kieslijst van 's-Gravenhage. 
Pater, Jan Georg (I179)
 
13
In JOURNAAL 1873 staat: Een erf in pacht gekregen, A. Wijnhard, aan de Commissarisstraat L.F. no. 231 Breed 44 en diep 132 voeten 5808 voeten.

In JOURNAAL 1875 2e KW no. 570 - 1108:
No. 924 - 3 juni L.B. no 4-
Archief no. 23. GELEZEN HEBBENDE
1e Het request van maart jl. van W.L. Reiziger, (7/4-75-no.5)
2e Het advies van de administrateur van financin van 15 april jl. no. 353/868 (E schm 16/4-75-no.17).
Gelet op de gouvernements resolutie van 9 juli 1873 no.3 regt over 1874, heeft goed gevonden en verstaan,
1e Op verzoek van A. Wijnhard, in te trekken de bij de Gouvernements resolutie van 9 juli 1873 no. 3 aan hem verleend de pacht van het erf gelegen aan de commissarisstraat en bekend onder L.F. no. 231.
2e Aan W.L. Reiziger te vergunnen om het gemeld erf, tot opzeggen toe te gebruiken, te bebouwen en te bewonen.
3e Te bepalen:
A. Dat hij verplicht zal zijn, om aanvangende met 1875 voor het erf jaarlijks aan de Koloniale Kas te voldoen, het tot dusver daarvoor betaalde pachtgeld van 5,80 sjaars en de straat langs dat erf, rein en bekwaam te houden zooals voor bezitters van gronden is of zal worden voorgeschreven.
B. Dat bij faute van een of ander de bij 2 verleende vergunning als vervallen zal worden beschouwd, en zullen hiervan worden gezonden afschriften aan de administrateur van financin en extracten aan A. Wijnhard en aan de requestrant. 
Wijnhard, Abraham (I157)
 
14
Kruisweg 74
 
Pater, Tijmen (I1408)
 
15
Uit de Leeuwarder Courant van zaterdag 6-1-1996.
Menslievende blauwverver bekommert zich om drenkelingen
Dossier Leeuwarden door Jaap Hellinga

Dit is een aflevering in een reeks historische verhalen over de stad Leeuwarden.
De artikelen komen tot stand in samenwerking met het Leeuwarder Gemeentearchief, dat een schat aan opmerkelijke, vaak bizarre gegevens over vroegere Leeuwarders bevat.

BLAUWVERVER Hendrik Pater en zijn vrouw Gaetske Riemersma moeten het goed met de mensheid voor hebben gehad. Het winterde al enige dagen in de Friese hoofdstad en de grachten waren op 31 januari 1831 dan ook dichtgevroren. De ijslaag was echter nog dun en op verschillende plaatsen onbetrouwbaar. Maar ook in de vorige eeuw waren er genoeg waaghalzen die zich daar niet door lieten afschrikken. Tientallen Leeuwarders bonden de ijzers onder voor een tochtje over de bevroren wateren in en rondom de stad.
Pater vreesde dat "het broze ijs, aan den invloed der middagzon blootgesteld, eenmaal voor het gewigt der zorgelooze schaatsenrijders zoude bezwijken". Vanwege zijn werk als "blaauwverver", hij verfde stoffen, was de ambachtsman vaak op de stadswallen en binnensingels te vinden. Hij had een goed zicht op de kwaliteit van de ijsvloer en die boezemde hem weinig vertrouwen in.

Op de ochtend van 31 januari had Pater nog verschillende bakens uitgezet "of laten uitzetten, langs de plaatsen op het ijs, waar hij hetzelve gevaarlijk rekende". Natuurlijk waren er eigenwijze lieden die zich niets van de waarschuwingstekens aantrokken.Het kon niet uitblijven. Rond een uur 's middags liepen de eerste twee al een nat pak op.Zij hadden zich binnen het afgebakende vak gewaagd en waren er prompt door het ijs gezakt.
Slechts met veel moeite kon het onfortuinlijke duo op de kant worden geholpen, waarna Pater en zijn echtgenote de schaatsers "in hunne woning hulp verleenden, verzorging en verkwikking edelmoediglijk aanboden en in persoon toedienden".
De geredden waren nog maar net vertrokken, of er deed zich een tweede ongeluk voor.Niet ver van het eerste wak waren opnieuw mensen door het ijs gezakt. Twee vrouwen waren in zorgelijke toestand op de oever getrokken. Hoe lang ze in het het ijskoude grachtwater hadden gelegen, blijft duister. Wel is duidelijk dat de slachtoffers er uitermate slecht aan toe waren.
"Pater, op het gerucht toegesneld, wendde niet alleen zelf pogingen tot redding aan, maar stelde, ofschoon niet ver vandaar verschillende herbergen stonden, zonder eenig aarzelen zijn huis open voor schijnbaar levenlooze drenkelingen". Beiden werden de woning binnengedragen en vervolgens in afzonderlijke vertrekken "opgenomen, verpleegd en op de bedden der huisgenooten gelegd".
"Het was een treffend schouwspel, hoe onder de toevloeyende menigte waarmede het niet zeer ruime gebouw al spoedig opgevuld was, Pater en zijne huisvrouw zich in de weer stelden voor de ongelukkigen; hoe deze hare krachten aanwendde, kasten ontsloot om kleederen, linnengoed en verplegingstukken te verschaffen; hoe gene van elders brandewijn en wrijvingsmiddelen met milde hand aanbragt en toediende."
Ondanks de verwoede reddingspogingen zou er zich een drama in het huisje van de blauwverver afspelen. "Aan de eerste drenkelinge werden, bij behoorlijke verwarming, de middelen der kunst aangewend, welke voor de tweede, vruchteloos bevonden werden."
De schaatsster blies haar laatste adem uit. "Welk eene blijdschap aan den eenen kant de gevoelige man liet blijken, toen de eene drenkeling teekenen van leven openbaarde, en hoe integendeel zijn hart tot hooggaande "ontroering kwam bij de tijding, dat de andere gestorven was."
De overlevende werd nog enige tijd in het huis van Pater verzorgd. De zes kinderen van het gezin moesten zich zolang maar anders behelpen "tot dat de drenkelinge in behouden staat, eerst den volgende voormiddag, dit verblijf van menschlievendheid verliet". De diepbedroefde vader van de gestorven vrouw wilde de Leeuwarder een schadeloosstelling aanbieden. Daar moest Pater niks van weten.
Zoveel goedheid, dat wekte uiteraard de nodige bewondering bij de stadsgenoten. Het stedelijk bestuur deed een vergeefse poging de edelmoedige Leeuwarder te belonen. Het was uiteindelijk de Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen die met een passende beloning voor Pater en Riemersma kwam. Het echtpaar ontving een zilveren medaille en een getuigschrift, waaruit voor dit artikel veelvuldig werd geciteerd. Een financile vergoeding bleef Pater consequent weigeren: "Ik heb mijn pligt gedaan, en geen geld moet mij dat bewustzijn in mijn binnenste ontnemen." 
Pater, Hendrik (I13)
 
16
Volgens akte nr. 1 Ermelo 1872 was vader Aart bij de geboorte van zijn zoon om 09.00 uur in de buurtschap Westeinde, daglooner en 40 jaren oud. Getuigen waren Berend Rikkers, 50 jaren oud, schoenmaker en Willem Mulder, 28 jaren oud en wagenmaker. Beide uit de gemeente Ermelo 
Pater, Albert (I59)
 
17
Ze werd op 26 jan 1937 in Woudenberg ingeschreven. Dat was op 14 maart 1989 nog zo.  
Pater, Johanna (I4036)
 
18 Functie bij indiensttreding Draaier
Ging op Kaap de Goede Hoop aan boord van het schip Alblasserdam
Hij vertrok uit Nederland met het schip VROUWE AGATHA in het jaar 1789
In dienst bij kamer Laatste vermelding
Maandbrief Nee

Gegevens van de vaart
Schip: Alblasserdam Vertrek: 24-10-1789
Kamer: Zeeland Kaap: 17-12-1789
Inventarisnummer: 13277
Folio: 290 Aankomst: 18-05-1790
Batavia
DAS-en reisnr.: 4653.2
VOC Scheepvaart tussen Nederland en Azie 1595-1795, Details of voyage 4653.2 from Rammekens to Batavia
Number 4653.2
Name of ship ALBLASSERDAM
Master Mallet jr., Pieter
Tonnage 1150
Type of ship
Built 1782
Yard Zeeland
Chamber Zeeland
Date of departure 24-10-1789
Place of departure Rammekens
Arrival at Cape 03-02-1790
Departure from Cape 25-02-1790
Date of arrival at destination 18-05-1790
Place of arrival Batavia
Particulars According to K.A. 4390a the departing crew consisted of 355 men. The ship went on to China.
VOC Scheepvaart tussen Nederland en Azie 1595-1795, Details of voyage 4646.2 from Texel to Batavia
Number 4646.2
Name of ship VROUWE AGATHA
Master Kornelisz., Albert
Tonnage 900
Type of ship fluit
Built hired
Yard
Chamber Amsterdam
Date of departure 09-08-1789
Place of departure Texel
Arrival at Cape 17-12-1789
Departure from Cape 07-01-1790
Date of arrival at destination 25-04-1790
Place of arrival Batavia
Particulars

 
Chaigneau, Eliesa (I4514)
 
19 Als lidmaat aangenomen op 25 juli 1749 op belijdenis. Pater, Johan Jurjen (I4)
 
20 03-09-1696 communicant. Jessen, Maria (I85)
 
21 21-09-1802? (Vel.Gesl.). van Loenhorst, Evertje (I162)
 
22 26/8/1941 PB 074961 Pater, Kniertje Johanna (I149)
 
23 Tenminste nog n levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Gezin F286
 
24 Tenminste nog n levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. DE PATER, Jacob (I1221)
 
25 Conjugum ex ophoven. Paters, (Johannes) Arnold(us) (I42)
 
26 Conjugum ex ophoven. Paters, Sijbillia (I87)
 

      1 2 3 4 5 ... 479» Volgende»